-
Archieven
- juni 2024
- juni 2023
- mei 2022
- november 2021
- februari 2021
- maart 2020
- januari 2020
- november 2018
- januari 2018
- juni 2017
- september 2016
- februari 2016
- december 2015
- september 2015
- maart 2015
- oktober 2014
- februari 2014
- januari 2014
- december 2013
- oktober 2013
- september 2013
- mei 2013
- april 2013
- maart 2013
- januari 2013
- oktober 2012
- september 2012
- augustus 2012
- mei 2012
- januari 2012
- oktober 2011
- december 2010
- oktober 2010
- januari 2010
- december 2009
- oktober 2009
- januari 2009
- november 2008
- augustus 2008
- september 2007
- oktober 2006
- november 1996
-
Meta
India 2009, over tolken en vertolken
Geplaatst in publicaties, uitzending Azië
Reacties uitgeschakeld voor India 2009, over tolken en vertolken
FILM: een uitnodiging van ds. Roy om te participeren in de zending (2009)
Geplaatst in uitzending Azië
Reacties uitgeschakeld voor FILM: een uitnodiging van ds. Roy om te participeren in de zending (2009)
Jaarverslag 2008
Geplaatst in publicaties
Reacties uitgeschakeld voor Jaarverslag 2008
Uitzending 2008 – Gemeenteopbouw in India
Geplaatst in publicaties, uitzending Azië
Reacties uitgeschakeld voor Uitzending 2008 – Gemeenteopbouw in India
Prediker op het Afrikaanse continent
In de Opbouw van 4 juli 2008, jaargang 52, nummer 14 stond onderstaand artikel over EvTA.
Prediker op het Afrikaanse continent
E. Brink
De Centraal Afrikaanse Republiek met zijn hoofdstad Bangui – het zou mij niet verbazen als menig lezer van Opbouw niet precies weet waar dat op de landkaart te vinden is. Het ligt ingeklemd tussen Tsjaad, de beide Kongo’s en Soedan, met Kameroen aan de andere zijde. Het land is belast met een bijzonder gewelddadig verleden, onder de dictator keizer Bokassa in de jaren zestig en zeventig.

Maar tijdens Bokassa’s regering is er ook een explosieve groei gekomen van christenen in dit Afrikaanse land, zodat het overgrote deel van de bewoners zich nu christen noemt. En het bijzondere is ook dat deze keizer, ondanks alles wat hij zijn volk had aangedaan, door de bevolking is vergeven en na zijn afzetting is getolereerd binnen zijn land. Het is diezelfde keizer Bokassa geweest die een groot terrein beschikbaar heeft gesteld in de hoofdstad Bangui voor het vestigen van een evangelische theologische faculteit voor heel Franstalig Afrika. Wonderlijke weg van God, die beschikt over het hart van koning en keizer.
Gerenommeerde universiteit
De FATEB is een voor Afrika unieke universiteit. Amerikaanse missies steunden de oprichting om te voorkomen dat predikanten uit allerlei Franstalige landen zich in het Westen zouden moeten bijscholen. Dat gaf vaak een cultuurshock, maar leidde meestal ook tot vervreemding en aanpassingsproblemen bij terugkeer.
Het merendeel van de studenten heeft eerder al een opleiding op een Bijbelschool in hun eigen land achter de rug, of mag bogen op een jarenlange ervaring als predikant. Het is de bedoeling dat de universiteit zodanig toerust, dat de afgestudeerden bij terugkeer in hun thuisland, vervolgens zelf gaan doceren of een speciale functie bekleden in hun kerken. In de loop van de jaren is gebleken dat het overgrote deel van degenen die zijn afgestudeerd verantwoordelijke posities bekleden in hun eigen kerken. Op dit moment is de Faculteit uitgegroeid tot een gerenommeerde universiteit die ook algehele erkenning heeft gekregen in binnen- en buitenland. Het studieprogramma heeft een ba-ma structuur (bachelor, master) en er is – het mag met enige trots gezegd – onlangs promotierecht verkregen. De faculteit heeft ook een driejarige opleiding voor vrouwen. Deze levert een belangrijke bijdrage aan de vorming van predikantsvrouwen, zodat ze in hun eigen omgeving onderricht kunnen geven. Verder wordt de Bijbel in de allerlei Afrikaanse talen vertaald en is het mogelijk hier een opleiding te volgen als vertaler.
Kwetsbaar leven
In 2002 en dit jaar opnieuw ging ik voor een maand naar Bangui om daar het vak exegese Oude Testament te geven. Gericht onderwijs in de uitleg van ‘de wijsheid’, in het bijzonder van het boek Prediker. Het is zeer leerzaam om te zien hoe het woord van God landt in een andere cultuur dan de onze. Bij het lezen van de Prediker samen met de studenten werd bijvoorbeeld het vluchtige karakter van onze werkelijkheid des te duidelijker. Meer dan bij ons is in de Afrikaanse cultuur zo door en door tastbaar dat het leven vluchtig is – soms op het absurde af. Op het moment dat ik het college gaf over het hebreeuwse woord hebel (vluchtig-leeg), kwam een helikopter boven de universiteitsgebouwen rondcirkelen. De angst was te lezen in de ogen van de studenten, want dit zou kunnen duiden op een staatsgreep. En zij doken onder de banken. De Centraal Afrikaanse Republiek staat immers niet bekend als een van Afrika’s stabielste landen. Zo werd er kort na mijn eerste verblijf inderdaad een coupe gepleegd – de kogelgaten in de muur waren in 2008 nog steeds zichtbaar.
Kunst van het genieten
Aan de andere kant is mij ook duidelijk geworden hoe de wijsheid van de Prediker in praktijk werd gebracht, om ondanks alles, toch te genieten van het leven in een levende verbinding met de Schepper. Wonderlijk mooi om te zien hoe mensen kunnen genieten van de onderlinge band in een gemeenschappelijke en sobere maaltijd. Aan een van de hoogleraren die in USA studeerde, vroeg ik eens wat hem het meest had geschokt in de westerse samenleving. Hij vond het verbijsterend om te merken, dat mensen in staat zijn maandenlang naast je te wonen, zonder een significant contact te hebben. Zijn buurman leefde zijn eigen leven, helemaal op zichzelf. Hoe anders is de gastvrijheid in de Afrikaanse cultuur, die net als in de oud-oosterse cultuur zo’n grote rol speelt.
Evangelie en cultuur
Men reageerde ook anders op de oproep te genieten van de ene vrouw die je lief hebt (Prediker 9:9). Er komen in Afrika nuances bij, die in onze westerse cultuur niet meteen worden aangevoeld. Bijvoorbeeld allerlei sociale aspecten en noties van zorg, als het gaat om polygamie. Daarom moeten vrouwen ook niet verstoten worden als hun echtgenoot christen wordt. Alleen mag een man die zijn vrouwen houdt, geen verantwoordelijke posities bekleden in de kerk.
Omgekeerd worden er ook kritische vragen gesteld aan de westerse christenen. Hoe kunnen zij de moderne man-vrouw verhoudingen, waarbij het onderscheid soms wordt genivelleerd, rijmen met Bijbelteksten die toch duidelijk het onderscheid markeren? Passen westerse christenen zich ook niet aan door culturele verschijnselen te accepteren? En hebben zij geen tradities waar zij moeilijk van los kunnen komen? Geven zij altijd zo makkelijk voorrang aan Gods Woord boven hun cultuur?
Het feit dat de Prediker oproept om op zijn tijd wijn te drinken werd helemaal als wonderlijk ervaren. Subtiel werd opgemerkt, dat het op zijn minst in combinatie met een maaltijd was… De blanke zendelingen hebben indertijd strikt verboden om enige vorm van alcohol te nuttigen. En dit is tot op de dag vandaag in de meeste kerken ook een gangbare gedragscode. Bij het avondmaal wordt dan ook een andere drank gebruikt.
Er schuilt ook een zekere wijsheid in om het gebruik van alcohol onder christenen tegen te gaan – drank maakt meer stuk dan je lief is, ook in Afrika. Alleen was het schokkend voor de Afrikaanse christenen, toen bleek dat deze zendelingen zelf wel de nodige drank nuttigden, terwijl ze het verbod onder de zwarte christelijke bevolking strak oplegden. Deze vorm van hypocrisie werd in verband gebracht met wat Jezus opmerkt in Matteüs 23:3: ‘ze doen zelf niet wat ze jullie voorhouden’.
Verbond
Het verwondert wel dat veel christelijke kerken in Afrikaanse landen een baptistische achtergrond hebben.
Gezien het grote belang dat gehecht wordt aan verbanden en familiebanden, zou je verwachten dat deze Bijbelse lijnen ook zouden worden onderkend. Zeker in een cultuur waarin besnijdenis, verbond en overleveringen zo’n belangrijke rol spelen.
Waarschijnlijk heeft dat hiermee te maken dat de eerste zendelingen in deze landen baptisten waren. Maar er is genoeg mogelijkheid om met behulp van gereformeerde theologie deze grondlijnen van verbond en verbondenheid in de bijbel te laten zien en daarmee de kerken van Afrika te dienen.
Drs. Egbert Brink is predikant van de GKV te Waddinxveen en gastdocent aan de Faculté de Theologie Reformée in Aix en Provence, en was in april van dit jaar samen met drs. Albert van Leeuwen (NGK Dronten) in Bangui om gastcolleges te geven in het kader van de uitzendingen door de EvTA.
| De Faculté de Théologie Evangélique de Bangui (FATEB) werd in 1974 opgericht door de protestantse kerken van de Centraal Afrikaanse Republiek. Deze kerken zijn voor het merendeel van baptistische signatuur. De studenten bestaan voor een groot deel uit voorgangers en predikanten van verschillende kerkgenootschappen in Afrika, afkomstig uit allerlei Franstalige landen, zoals Tsjaad, Ivoorkust, Rwanda, Malawi, en Kameroen. De FATEB wil open staan voor verschillende protestantse denominaties, zodat gereformeerde predikanten alle ruimte krijgen om hun eigen gereformeerde theologie te doceren. Sinds 1985 is er contact tussen de FATEB en gereformeerde kerken in Nederland, die regelmatig docenten leveren voor gastcolleges. De stichting EvTA (Evangelische Toerusting Afrika) zendt de docenten uit. |
Geplaatst in uitzending afrika
Reacties uitgeschakeld voor Prediker op het Afrikaanse continent
Relatie-reis naar Centraal-Afrika
In de Opbouw van 31 augustus 2007, jaargang 51, nummer 17 stond onderstaand artikel over EvTA.
Relatie-reis naar Centraal-Afrika
H. de Jong
‘Ben je nu al terug?’, vroeg mijn buurvrouw toen ik acht dagen na mijn vertrek naar Afrika al weer in Zeist over straat liep. Het was inderdaad een korte missie geweest die ik samen met Michael Mulder op verzoek van de stichting EvTA (Evangelische Toerusting Afrika) naar de Theologische Faculteit van Bangui (de FATEB) ondernomen had.

Bangui ligt tegen de noordgrens van Congo, het is de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR).
De FATEB, de theologische faculteit van de universiteit, is daar een unieke instelling. Er worden predikanten gevormd die in heel Franstalig Afrika in verschillende kerken aan het werk zullen gaan. Uniek is ook de mogelijkheid die wij sinds jaren hebben om vanuit de gereformeerde traditie een steentje aan deze opleiding bij te dragen.
Veel onderwijs hebben we tijdens ons korte bezoek deze keer niet eens gegeven.
Verminderd contact
Ons doel was ditmaal anders. We hadden geconstateerd dat de samenwerking de laatste jaren wat in het slop begon te raken en wilden nu weten of daar nog andere dan praktische redenen achter zaten. Eén praktische reden die we hier zelf wel konden bedenken was bijvoorbeeld dat sinds enige tijd onze vaste man in Bangui, dr. Benno van den Toren, naar Oxford vertrokken was. Hoewel niet door de EvTA, maar door de zendingsdeputaten van de CGK uitgezonden, heeft Benno voor de uitzending van de EvTA-docenten veel betekend. Hij was in de jaren dat hij daar zat de tussenschakel tussen de faculteit en de verre stichting in Nederland. Zijn vertrek uit Bangui verklaarde dus al veel van de teruglopende intensiteit van onze wederzijdse betrekkingen.
Overbodig?
Maar was er misschien meer? Had men nog wel behoefte aan professeurs visiteurs (bezoek-docenten) uit Nederland? De faculteit was immers in de afgelopen jaren tamelijk volgelopen met krachten uit eigen midden.
Op zichzelf is dat een toe te juichen ontwikkeling. Echte hulpprogramma’s behoren aan hun eigen overbodigwording te werken. Onnodige hulp kan beter niet geboden worden, zeker in Afrika niet dat aan z’n eigen zelfstandigwording werkt. Hoe was dat hier? We hadden trouwens ook nog een andere vraag bij ons: ‘Zouden jullie, met het oog op onze achterban die ons voor dit werk geldelijk steunt, iets op papier kunnen zetten waaruit blijkt hoe jullie over de Nederlandse bijdrage aan jullie onderwijsprogramma denken? Immers, de tijden worden duurder en de fondsen voor dit soort steunwerk worden krapper. En wij willen onder onze mensen de indruk vermijden dat het Bangui-project een liefhebberij van enkelingen is’. Nu, vooral wat dit laatste betreft is er vanuit het faculteitsbestuur een zeer hartelijke respons gekomen van een officiële bedankbrief die wij hebben meegebracht. Hierboven treft de lezer een vertaling aan.
| Bedankbrief (vertaling)De Evangelische Theologische Faculteit van Bangui (FATEB) spreekt naar de Stichting Evangelische Toerusting Afrika (EvTA) haar opperste erkentelijkheid uit voor het beschikbaar stellen van docenten en voor het Project <II Timoteüs 4:13> 1.Het partnerschap namelijk tussen de FATEB en de EvTA op academisch gebied (reeds vanaf 1986) is uniek en is bijzonder vruchtbaar en verrijkend gebleken. De FATEB stelt de hoge kwaliteit van de door de EvTA- docenten gegeven lessen zeer op prijs, alsmede hun huisbezoek aan de studenten, hetgeen uit pastoraal oogpunt zeer te waarderen is 2. De FATEB wenst vurig dat een en ander in de toekomst voortgang zal kunnen vinden.Bovendien hebben de betrokkenheid van dr. Benno van den Toren bij het promotieprogramma 3 en het verstrekken van de vervoerskosten voor zijn echtgenote, Berdine van den Toren, om les te kunnen geven aan de Vrouwenschool, de FATEB zeer goed gedaan. Tenslotte zijn wij blij met het feit dat de EvTA een samenwerking op het oog heeft die openhartig en oprecht is en gebaseerd is op gelijkwaardigheid. Dat laat zich gemakkelijk opmaken uit de wil de uitwisseling in twee richtingen te bevorderen: vanuit het Westen naar Afrika en omgekeerd 4. Een dergelijke wisselwerking helpt om een beter zicht te krijgen op de betekenis van het wereldwijde Lichaam van Christus en maakt een wederkerige verrijking mogelijk. Geve de Here ons een verdere versteviging van onze banden met het oog op de komst van zijn rijk! In diep gevoelde dankbaarheid, De rector van de Faculteit, 1 Dit project voorziet in het beschikbaar stellen van theologische literatuur aan afgestudeerden van de FATEB. |
Nieuwe mogelijkheden
Maar ook verder is er tussen ons een vruchtbaar overleg geweest. Vragen die daarbij aan de orde kwamen waren: welke vereisten worden er aan eventuele docenten vanuit Nederland gesteld, nu de faculteit gaandeweg professioneler wordt, hoe ziet het programma aan de FATEB er uit, op welke gebieden is steun vanuit Nederland gewenst, waar liggen de prioriteiten, welke vakken zouden volgend jaar al gegeven kunnen worden, en met wie kunnen we hierover op een betrouwbare manier afspraken maken? Michael Mulder had zijn huiswerk goed gedaan en bracht deze punten bekwaam en in een onberispelijk Frans ter tafel. Met dankbaarheid kunnen we constateren, dat we op de gestelde vragen duidelijke antwoorden hebben gekregen, en dat we ons bezoek zelfs konden afsluiten met een plechtig moment (zie foto), waarop we een nieuwe samenwerkingsovereenkomst konden tekenen.
We hebben in een aantal intensieve gesprekken een protocol kunnen vaststellen, dat in de ogen van de leiding van de FATEB model zou kunnen staan voor andere partners, met wie men zou kunnen samenwerken. Met veel waardering werd namelijk uitgesproken, dat de EvTA de eerste en tot nu toe enige partner is, met wie een dergelijke overeenkomst met het oog op langdurige samenwerking is vastgelegd.
Het instituut van bezoekende docenten is namelijk internationaal. Er komen er (behalve vanuit Nederland) vanuit
Amerika, Frankrijk, Engeland, Duitsland en Zweden.
Van Vaux naar Bangui
Een aardige bijzonderheid was dat de huidige rector nog les van mij gekregen had aan de Evangelische Faculteit in het Franse Vaux sur Seine (nabij Parijs) waar ik in de jaren zeventig gedurende enkele dagen per maand gedoceerd heb. Hij wist daarover nog bijzonderheden te vertellen die mij al lang ontschoten waren. Daar in Vaux ligt het eerste begin van de EvTA. Destijds had professor Veenhof sr. namelijk een verzoek van de pas begonnen faculteit van Vaux gekregen om in zijn achterban om te zien naar iemand die OT kon doceren, omdat dat in evangelische kringen een wat onderbelicht gebied was. Gevraagd of dat iets voor mij was ben ik daar op ingegaan, onder de overweging dat de francofone protestantse kerken recht hadden op wat hulp van buiten omdat in de Franstalige wereld de theologie veelal in rooms-katholieke handen is. Zo anders dan in het Engelse taalgebied. Maar Vaux is nog geen Afrika. Hoe kwam dit werk daar terecht? Wel, afgestudeerde studenten van Vaux hebben later in Bangui een nieuwe faculteit gesticht en zij herhaalden de vraag die eerder door Vaux gesteld was. Het is sindsdien de doelstelling van de EvTA geweest om juist de Franse broederschap aan de FATEB enige hulp te bieden.
Samenwerking!
Het is dus zeker geen nutteloze missie geweest! Natuurlijk moet de EvTA de resultaten van wat we aan de FATEB bereikt hebben nog nader bekijken, maar ik durf nu alvast degenen onder ons die graag in de theologie doceren aan te sporen hun Frans op te poetsen, zodat een lacune op dit punt geen verhindering behoeft te zijn om de aanstaande dienaren van het Woord in West- en Midden-Afrika te helpen vormen. Want inderdaad, zij komen overal vandaan: Senegal, Mali, Niger, Kameroen, Ivoorkust, Kongo… En wat ook mooi is: er is ten onzent op dit gebied een goede samenwerking tussen NGK-, CGK- en GKvtheologen, en dat sinds jaren!
Drs. Henk de Jong is emeritus-predikant van NGK Zeist. Hij heeft sinds 1985 geregeld gastcolleges gegeven aan de FATEB, doorgaans in het kader van EvTA-uitzendingen.
Geplaatst in publicaties, uitzending afrika
Reacties uitgeschakeld voor Relatie-reis naar Centraal-Afrika
Prof. dr. Egbert Schuurman over India, ds. Roy en het mosterdzaadje
In 2005 bezocht br. Schuurman, samen met zijn vrouw, het werk in India. Hier leest u zijn indrukken:
2005 prof dr Egbert Schuurman over India en het mosterdzaadje
Geplaatst in uitzending Azië
Reacties uitgeschakeld voor Prof. dr. Egbert Schuurman over India, ds. Roy en het mosterdzaadje
Roepie, sir… uitzending 1996
We verlaten het vliegveld van Calcutta nog maar net of de ogen van een tienermeisje zijn al smekend op me gericht. Met een kind op haar arm gebaart ze dat ze geld voor voedsel nodig heeft. Drie weken later, wanneer we vertrekken, staat ze er nog. Roepie, sir….
Opnieuw zond de EvTA twee gastdocenten uit naar India, ds. J. Mudde en ondergetekende. Naar India, het land van de fascinerende getallen. Behalve dat het de grootste democratie ter wereld is verwacht men dat het China (met haar barbaarse methoden van geboortenbeperking) qua bevolkingsaantal binnenkort zal inhalen. Dan spreken we wel over een miljard mensen, bijna éénvijfde van de wereldbevolking.
India, waar alleen al de stad Calcutta (waar wij verbleven) evenveel inwoners telt als ons land. Calcutta, ook wel de stad der vreugde genoemd, een naam die ironisch genoeg in de krottenwijken (slums) ontstaan is. India, het land van het hindoeïsme: ruim 80% is hindoeïst en zo aanbidder van verschillende van hun miljoenen goden. Voeg daar zo’n 12% moslims aan toe en duidelijk wordt dat de 4% christenen (hoewel zo’n 14 miljoen in aantal) een kleine minderheid vormen in dit immense land.
Hemelse aandacht
“God moet wel veel van dit land houden, hier wonen zoveel mensen!” zei William Carrey (1761-1831) die daar de erenaam “de vader van alle zendelingen” draagt. En het kan inderdaad niet anders of de aandacht van de hemel is ook zeer intens op dit land gericht. Er is iets gaande in India.
Ds. Sukrit Roy
Ds. Roy heeft al meer dan 10 jaar contact met de Ned. Geref. kerk in Breukelen en daarna ook met Enschede (Zuid). Geboren in 1958 mag hij jong heten, hoewel zijn curriculum vitae anders doet vermoeden. Geboren in Calcutta groeide hij op in de deelstaat West-Bengalen. In Korea (Seoul) studeerde hij aan het aziatisch centrum voor theologische studie en zending (ACTS): een opleiding die is ontstaan vanuit het verlangen om in dat geweldige aziatische continent zendelingen op te leiden. Daarna volgde hij een presbyteriaans seminarie, waar hij afstudeerde op een niveau dat iets hoger ligt dan het doctoraal bij ons. Getrouwd met een Koreaanse (Sang Yee) die als eerste zich bekeerde uit een boeddhistisch gezin keerde hij terug naar West-Bengalen, India.
Liefde in beweging
De gedachte van Carrey, van Gods grote liefde voor dit land, is in ds. Roy vlees en bloed geworden. Hij kan niet anders over zijn land spreken dan met passie, de passie van Christus. Je ziet het aan zijn ogen, je merkt het aan de nadruk waarmee hij gaat spreken, het is een bewogen man. Maar met bewogenheid alleen zet je niet veel in beweging. Ds. Roy echter is in de bijna tien jaar dat hij in India werkt werkelijk een bijzonder instrument in Gods hand geweest. Circa 50 gemeenten zijn gesticht als een gevolg van zijn zendingswerk. Scholen zijn opgericht, voedsel- en werkprojekten gestart, aan een seminarie met zo’n 45 ingeschreven studenten worden de voorgangers en evangelisten opgeleid…. Een organisatie is in het leven geroepen, Christ Mission Ashram (C.M.A.), een christelijke leefgemeenschap). In C.M.A. zijn ongeveer 100 mensen werkzaam.
Visie van ds. Roy
De visie van ds. Roy is ontstaan vanuit een vraag, nl.: wanneer God werkelijk zo groot is als wij als kerken zeggen, waarom doen we er dan niet alles aan om die honderden miljoenen in India te bereiken met de boodschap van Jezus Christus? Zijn roeping en visie is het om de onbereikten te bereiken, een motto dat van Paulus is afgeleid in Rom. 15: 20,21. Paulus zegt daar dat het zijn doel is om de Naam van Christus alleen daar te verkondigen waar die Naam nog niet genoemd was. In navolging van Handelingen 1:8 waar het evangelie in steeds wijder wordende cirkels zich verbreid over de aarde, noemt ds. Roy Calcutta zijn Jeruzalem, West-Bengalen is dan Juda, de overige deelstaten Galilea en de omringende landen de uitersten der aarde. Het is zijn hartsverlangen en zijn met overtuiging ontvangen roeping om een middel te zijn in die stroom van zegen. Toen ik ds. Bram Krol (van Uitdaging, Agapè) vertelde dat ik naar ds. Roy ging, zei hij: “die man gaat de zendingsgeschiedenis in.”
De tempelbeek van Ezechiël (Ez.47)
Ds. Roy is ook zeer geïnspireerd door wat Ezechiël zag. Een beek die vanuit de tempel ontstond, die gaandeweg steeds dieper werd en overal waar deze stroom kwam nieuw leven bracht. Zo is het ook zijn wens om die levengevende beek van het evangelie door India te laten stromen. Het levengevende van deze rivier bestaat niet alleen uit het geloof dat ontvangen wordt door hindoes of moslims, maar ook uit een mobiele medische kliniek die naar de dorpen gaat, uit onderwijs dat namens C.M.A. gegeven wordt, uit werkprojekten die mede opgestart worden om de gemeente t.z.t. zelfvoorzienend te maken…. Laat die rivier maar stromen, hij wordt dieper en dieper, breder en breder, het is een werk van God.
De praktijk
Ds. Roy en de zijnen gaan strategisch te werk. In alle 17 distrikten (soort provincies) van West-Bengalen willen ze een (presbyteriaanse) kerk stichten die op haar beurt weer de moederkerk moet gaan worden van de volgende kerken in dat district. Om dit doel te bereiken trekken ze met een busje (de Gospel-van) in de zomer en met Kerst het land in om te evangeliseren. Traktaten worden door de studenten uitgedeeld, de film over het leven van Jezus wordt getoond, vaak op plaatsen waar geen elektriciteit is. Ds. Mudde en ik maakten het mee dat we ’s avonds op één van de eilanden arriveerden waar een zaklamp de enige verlichting was, de generator kwam immers gelijk met ons aan….
Ons werk
Onze taak was het om drie weken college te geven aan de studenten van het seminarie. Deze jongemannen waren voor een groot deel zelf de eerste bekeerden vanuit een moslim- of hindoe-achtergrond. Een minderheid was in een christelijk gezin opgegroeid. Er wordt heel wat van deze studenten gevraagd. Van maandag tot en met vrijdag college (wij gaven ook nog 2 van de 3 zaterdagen ’s morgens les) en in het weekend naar de gemeente waar ze als (assistent)evangelist aan verbonden waren. Ze hebben nl. zo snel mogelijk bij het begin van de studie bepaalde verantwoordelijkheden, afhankelijk van hun geestelijke rijpheid en gaven. Mede hierdoor zijn ze zeer praktisch gericht tijdens de studie. Doelstelling van het seminarie is dat er toegewijde pastors opgeleid worden, geen theologen. Dat heeft tot gevolg dat het niveau van de opleiding die van een gemiddelde bijbelschool in Nederland is.
Honger
Ds. Mudde en ik kozen beide voor een bijbels onderwerp, geen thematisch onderwerp. Ds. Mudde behandelde met de studenten de eerste brief aan de Corinthiërs, een brief geschreven aan een jonge gemeente met veel beginproblemen, iets wat bijna naadloos aansloot bij hun eigen situatie. Ik behandelde de Bergrede, niet alleen omdat hier in notedop de hele leer van Christus staat, maar ook omdat het vele ethische kanten heeft, een heel aantal van de 10 geboden worden door Jezus onder de loep genomen en in een hedendaags jasje gestoken. Uiteraard konden we deze onderwerpen niet afronden, toch hebben we met wat we deden naar het idee van de staf (en van onszelf) een zinvolle bijdrage kunnen leveren. We merkten een geestelijke honger die we niet vaak in eigen land tegen komen, de zin van deze reizen is daarom evident. Ds. Roy streeft ernaar om ook in het opzicht van het onderwijs zelfvoorzienend te zijn, allerlei stappen worden hiervoor genomen, maar de vervulling van die wens zal nog wel enige tijd duren.
Gezegende export
De zin van uitzendingen als deze ligt niet alleen in de theologische vorming van de studenten, het preken, de evangelisatietoespraken of de catechese doordeweeks. Het feit op zich dat wij daar als nederlandse kerken waren was een geweldige bemoediging voor ds. Roy en de zijnen. Behalve dat was het een verrijking ook voor ons in Nederland en wel in verschillende opzichten. Toen ik in Heerde de gemeente bedankte namens de kerken in India voor het afstaan van ds. Mudde en mij zei iemand: “Wij mogen dankbaar zijn dat we dit mogen doen!” De zending komt zo nog dichterbij. Tegelijk is het voor ons als uitgezonden predikanten een verrijkende ervaring om de gemeenschap der heiligen wereldwijd daadwerkelijk te ervaren en om in een andere cultuur bruggen te slaan voor het communiceren van het evangelie. Persoonlijk kan ik zeggen dat mijn geloof gegroeid is door hieraan deel te mogen nemen. Niet alleen doordat we de persoon van ds. Roy meemaakten die zo duidelijk een man Gods is, niet alleen omdat we de pas ontstane gemeenten zagen, maar ook doordat we even op het front mochten staan. Doordat we wisten dat de studenten die we les gaven op hun beurt stromen van zegen wensten te worden, door de kracht van de Heilige Geest, in India, in Nepal, in gebieden die voor westerlingen soms nauwelijks toegankelijk zijn. Doordat we merkten: de Here is iets geweldigs aan het doen in India.
Roepie, sir..
Het meisje op het vliegveld bedelde om een roepie. Met het bedrag van die ene roepie (5 cent) kan ze in India veel meer dan wij met diezelfde stuiver in Nederland zouden kunnen. Dat is een symbool van deze reis: de theologische kennis die wij in Nederland hebben is in een land als India veel meer waard dan in eigen land. Omdat er een tekort is, omdat er meer mee gewerkt wordt. Op deze markt is onze (theologische) gulden een tientje waard.
Geplaatst in publicaties, uitzending Azië
Reacties uitgeschakeld voor Roepie, sir… uitzending 1996