In de Opbouw van 31 augustus 2007, jaargang 51, nummer 17 stond onderstaand artikel over EvTA.

Relatie-reis naar Centraal-Afrika

H. de Jong

‘Ben je nu al terug?’, vroeg mijn buurvrouw toen ik acht dagen na mijn vertrek naar Afrika al weer in Zeist over straat liep. Het was inderdaad een korte missie geweest die ik samen met Michael Mulder op verzoek van de stichting EvTA (Evangelische Toerusting Afrika) naar de Theologische Faculteit van Bangui (de FATEB) ondernomen had.

Het moment na het tekenen van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst. (eigen foto)

Bangui ligt tegen de noordgrens van Congo, het is de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR).
De FATEB, de theologische faculteit van de universiteit, is daar een unieke instelling. Er worden predikanten gevormd die in heel Franstalig Afrika in verschillende kerken aan het werk zullen gaan. Uniek is ook de mogelijkheid die wij sinds jaren hebben om vanuit de gereformeerde traditie een steentje aan deze opleiding bij te dragen.
Veel onderwijs hebben we tijdens ons korte bezoek deze keer niet eens gegeven.

Verminderd contact
Ons doel was ditmaal anders. We hadden geconstateerd dat de samenwerking de laatste jaren wat in het slop begon te raken en wilden nu weten of daar nog andere dan praktische redenen achter zaten. Eén praktische reden die we hier zelf wel konden bedenken was bijvoorbeeld dat sinds enige tijd onze vaste man in Bangui, dr. Benno van den Toren, naar Oxford vertrokken was. Hoewel niet door de EvTA, maar door de zendingsdeputaten van de CGK uitgezonden, heeft Benno voor de uitzending van de EvTA-docenten veel betekend. Hij was in de jaren dat hij daar zat de tussenschakel tussen de faculteit en de verre stichting in Nederland. Zijn vertrek uit Bangui verklaarde dus al veel van de teruglopende intensiteit van onze wederzijdse betrekkingen.

Overbodig?
Maar was er misschien meer? Had men nog wel behoefte aan professeurs visiteurs (bezoek-docenten) uit Nederland? De faculteit was immers in de afgelopen jaren tamelijk volgelopen met krachten uit eigen midden.
Op zichzelf is dat een toe te juichen ontwikkeling. Echte hulpprogramma’s behoren aan hun eigen overbodigwording te werken. Onnodige hulp kan beter niet geboden worden, zeker in Afrika niet dat aan z’n eigen zelfstandigwording werkt. Hoe was dat hier? We hadden trouwens ook nog een andere vraag bij ons: ‘Zouden jullie, met het oog op onze achterban die ons voor dit werk geldelijk steunt, iets op papier kunnen zetten waaruit blijkt hoe jullie over de Nederlandse bijdrage aan jullie onderwijsprogramma denken? Immers, de tijden worden duurder en de fondsen voor dit soort steunwerk worden krapper. En wij willen onder onze mensen de indruk vermijden dat het Bangui-project een liefhebberij van enkelingen is’. Nu, vooral wat dit laatste betreft is er vanuit het faculteitsbestuur een zeer hartelijke respons gekomen van een officiële bedankbrief die wij hebben meegebracht. Hierboven treft de lezer een vertaling aan.

Bedankbrief
(vertaling)De Evangelische Theologische Faculteit van Bangui (FATEB) spreekt naar de Stichting Evangelische Toerusting Afrika (EvTA) haar opperste erkentelijkheid uit voor het beschikbaar stellen van docenten en voor het Project <II Timoteüs 4:13> 1.Het partnerschap namelijk tussen de FATEB en de EvTA op academisch gebied (reeds vanaf 1986) is uniek en is bijzonder vruchtbaar en verrijkend gebleken. De FATEB stelt de hoge kwaliteit van de door de EvTA- docenten gegeven lessen zeer op prijs, alsmede hun huisbezoek aan de studenten, hetgeen uit pastoraal oogpunt zeer te waarderen is 2. De FATEB wenst vurig dat een en ander in de toekomst voortgang zal kunnen vinden.Bovendien hebben de betrokkenheid van dr. Benno van den Toren bij het promotieprogramma 3 en het verstrekken van de vervoerskosten voor zijn echtgenote, Berdine van den Toren, om les te kunnen geven aan de Vrouwenschool, de FATEB zeer goed gedaan.

Tenslotte zijn wij blij met het feit dat de EvTA een samenwerking op het oog heeft die openhartig en oprecht is en gebaseerd is op gelijkwaardigheid. Dat laat zich gemakkelijk opmaken uit de wil de uitwisseling in twee richtingen te bevorderen: vanuit het Westen naar Afrika en omgekeerd 4. Een dergelijke wisselwerking helpt om een beter zicht te krijgen op de betekenis van het wereldwijde Lichaam van Christus en maakt een wederkerige verrijking mogelijk.

Geve de Here ons een verdere versteviging van onze banden met het oog op de komst van zijn rijk!

In diep gevoelde dankbaarheid,

De rector van de Faculteit,
Dr. Abel Ndjerareou

1 Dit project voorziet in het beschikbaar stellen van theologische literatuur aan afgestudeerden van de FATEB.
2 Vanaf het begin is het de gewoonte geweest van onze bezoekende docenten om in de avonduren de studenten thuis in hun gezinnen op te zoeken.
Deze Nederlandse specialiteit is behalve door de staf (zoals hier blijkt) ook door de studenten zelf steeds op hoge prijs gesteld.
3 Inderdaad is het vooral aan de inspanningen van dr. Benno van den Toren te danken dat men tegenwoordig aan de faculteit ook kan promoveren.
4 Doordat de FATEB steeds meer theologisch bevoegde docenten onder haar academisch personeel telt kan inderdaad aan uitwisseling gedacht worden, bijvoorbeeld met Apeldoorn en Kampen.

Nieuwe mogelijkheden
Maar ook verder is er tussen ons een vruchtbaar overleg geweest. Vragen die daarbij aan de orde kwamen waren: welke vereisten worden er aan eventuele docenten vanuit Nederland gesteld, nu de faculteit gaandeweg professioneler wordt, hoe ziet het programma aan de FATEB er uit, op welke gebieden is steun vanuit Nederland gewenst, waar liggen de prioriteiten, welke vakken zouden volgend jaar al gegeven kunnen worden, en met wie kunnen we hierover op een betrouwbare manier afspraken maken? Michael Mulder had zijn huiswerk goed gedaan en bracht deze punten bekwaam en in een onberispelijk Frans ter tafel. Met dankbaarheid kunnen we constateren, dat we op de gestelde vragen duidelijke antwoorden hebben gekregen, en dat we ons bezoek zelfs konden afsluiten met een plechtig moment (zie foto), waarop we een nieuwe samenwerkingsovereenkomst konden tekenen.
We hebben in een aantal intensieve gesprekken een protocol kunnen vaststellen, dat in de ogen van de leiding van de FATEB model zou kunnen staan voor andere partners, met wie men zou kunnen samenwerken. Met veel waardering werd namelijk uitgesproken, dat de EvTA de eerste en tot nu toe enige partner is, met wie een dergelijke overeenkomst met het oog op langdurige samenwerking is vastgelegd.
Het instituut van bezoekende docenten is namelijk internationaal. Er komen er (behalve vanuit Nederland) vanuit
Amerika, Frankrijk, Engeland, Duitsland en Zweden.

Van Vaux naar Bangui
Een aardige bijzonderheid was dat de huidige rector nog les van mij gekregen had aan de Evangelische Faculteit in het Franse Vaux sur Seine (nabij Parijs) waar ik in de jaren zeventig gedurende enkele dagen per maand gedoceerd heb. Hij wist daarover nog bijzonderheden te vertellen die mij al lang ontschoten waren. Daar in Vaux ligt het eerste begin van de EvTA. Destijds had professor Veenhof sr. namelijk een verzoek van de pas begonnen faculteit van Vaux gekregen om in zijn achterban om te zien naar iemand die OT kon doceren, omdat dat in evangelische kringen een wat onderbelicht gebied was. Gevraagd of dat iets voor mij was ben ik daar op ingegaan, onder de overweging dat de francofone protestantse kerken recht hadden op wat hulp van buiten omdat in de Franstalige wereld de theologie veelal in rooms-katholieke handen is. Zo anders dan in het Engelse taalgebied. Maar Vaux is nog geen Afrika. Hoe kwam dit werk daar terecht? Wel, afgestudeerde studenten van Vaux hebben later in Bangui een nieuwe faculteit gesticht en zij herhaalden de vraag die eerder door Vaux gesteld was. Het is sindsdien de doelstelling van de EvTA geweest om juist de Franse broederschap aan de FATEB enige hulp te bieden.

Samenwerking!
Het is dus zeker geen nutteloze missie geweest! Natuurlijk moet de EvTA de resultaten van wat we aan de FATEB bereikt hebben nog nader bekijken, maar ik durf nu alvast degenen onder ons die graag in de theologie doceren aan te sporen hun Frans op te poetsen, zodat een lacune op dit punt geen verhindering behoeft te zijn om de aanstaande dienaren van het Woord in West- en Midden-Afrika te helpen vormen. Want inderdaad, zij komen overal vandaan: Senegal, Mali, Niger, Kameroen, Ivoorkust, Kongo… En wat ook mooi is: er is ten onzent op dit gebied een goede samenwerking tussen NGK-, CGK- en GKvtheologen, en dat sinds jaren!

Drs. Henk de Jong is emeritus-predikant van NGK Zeist. Hij heeft sinds 1985 geregeld gastcolleges gegeven aan de FATEB, doorgaans in het kader van EvTA-uitzendingen.